13
maart
2011

Interview met Chiel de Kruijf en Els Buitendijk

Groot interview met Chiel de Kruijf en Els Buitendijk, alias Paul en Ina Vlaanderen

Chiel de Kruijf en Els BuitendijkRedactie:
Tussen 2004 en 2010 speelde Els Buitendijk vijfmaal de rol van Ina Vlaanderen en Chiel de Kruijf tweemaal die van Paul Vlaanderen. Zij deden dat met veel overgave en enthousiasme en als het van hen afhangt zal het daar niet bij blijven. Het zal vele Paul Vlaanderenfans ongetwijfeld als muziek in de oren klinken dat de Stichting Hoorspel Nú plannen heeft voor een nieuwe “Paul Vlaanderen” als daar de nodige middelen kunnen voor gevonden worden.

Het is mij een bijzonder genoegen om Chiel de Kruijf en Els Buitendijk, alias Paul en Ina Vlaanderen, hier vandaag bij www.paulvlaanderen.nl te mogen verwelkomen.

Redactie:
Mevrouw Buitendijk, staat u mij toe dat ik mij eerst tot u richt. Wie had 15 jaar geleden durven voorspellen dat er nog nieuwe Paul Vlaanderenopnames zouden gemaakt worden? Hoe is het idee om Ina Vlaanderen te spelen eigenlijk tot u gekomen? En hebt u er lang moeten over nadenken alvorens te aanvaarden?

Els Buitendijk:
Ik had zeker nooit durven dromen toen ik als jonge vrouw van ongeveer 20 jaar
mijn eerste rolletje in “Paul Vlaanderen en het Conrad Mysterie” mocht spelen en vol bewondering luisterde naar Eva Janssen en Jan van Ees, dat ik ooit nog eens haar zou mogen opvolgen. Toen Audrey van der Jagt mij opbelde en zei dat ze een aflevering van deze serie wilde gaan opnemen voor Hoorspel en vroeg of ik daarin Ina wilde spelen, heb ik onmiddellijk ja gezegd. Ik was verrast en vond het heel fijn dat ik de beroemde Eva Janssen mocht opvolgen.


audio fragment -
Els Buitendijk als June Jackson en Eva Janssen als Ina Vlaanderen uit "Het Conrad mysterie"

Redactie:
Hoe herinnert u zich dat legendarische duo Jan van Ees en Eva Janssen?

Els Buitendijk:
Met Jan van Ees was het moeilijk contact te krijgen; hij zonderde zich altijd wat af.
Eva was de liefste vrouw van de hele hoorspelkern. Iedereen was dol op haar. Ook de luisteraars. Toen zij eens in een aflevering speelde dat zij zwanger was, kreeg zij van veel mensen babykleertjes toegestuurd. Die dachten dat zij echt zwanger was! Ik ben vaak bij haar thuis geweest. Zij was getrouwd met Emile Kellenaers. Ik moest dan al zijn vakantiedia"s zien, honderden! Dat was minder leuk.

Redactie:
Chiel de Kruijf, ook u hebt samengewerkt met Jan van Ees en Eva Janssen. Welke herinneringen hebt u aan hen bewaard?

Chiel de Kruijf:
Mijn herinneringen aan Eva Janssen zijn levendiger dan die aan Jan van Ees. Wat Els zegt, is waar: Van Ees was minder toegankelijk, zeker voor een beginnende hoorspelacteur als ik. Natuurlijk was Van Ees in mijn ogen een soort hoorspelgod, de man die Paul Vlaanderen gestalte gaf. Ik was met ‘Vlaanderen’ opgegroeid, omdat mijn ouders altijd luisterden. In ‘Paul Vlaanderen en het Margo-mysterie’ uit 1962 speelde ik naast Van Ees een rolletje als bankbediende. Tot mijn geluk was het een ‘cliffhanger’, dus aan het begin van de volgende episode was ik weer te horen…


audio fragment-
Chiel de Kruijf als jonge bankbediende in "Het Margo mysterie"

Eva Janssen was uitermate vriendelijk, beschaafd, en behulpzaam naar de aankomende collega’s toe. eva emileBovendien deed ik in de jaren dat ik bij de Hoorspelkern zat vaak mee in hoorspelen van haar echtgenoot, Emile Kellenaers. Kellenaers werkte bij de AVRO, waar mijn echtgenote, Audrey van der Jagt, toen radio-omroepster was. Kellenaers was trouwens zelf ook omroeper geweest en maakte later furore met een gevarieerd en licht cultureel programma in de middag:‘ Van Vier tot Vijf’. Daarin zat altijd een kort hoorspel, vaak van talentvolle, beginnende schrijvers, die hiermee ervaring konden opdoen in het schrijven van dialogen. De dia-avondjes liggen ook Audrey en mij nog vers in het geheugen: dia’s van Eefje (zoals hij zijn Eva noemde) op de bank, links naast de bank, rechts naast de bank, achter de bank, gelukkig nog net niet onder de bank - het was inderdaad vaak afzien en een diaatje minder had wel gemogen. Maar wat alles goedmaakte, was de gastvrijheid, de hartelijkheid van die twee. Fijne, beschaafde mensen.  Je voelde je een welkome, gewaardeerde gast. Het blijft daarom een dierbare herinnering. Eva Janssen was trouwens een uitstekende hoorspelactrice, die veel mooie rollen heeft gespeeld. Ze was wel eens wat verdrietig dat iedereen haar steeds vereenzelvigde met Ina Vlaanderen. Ik denk dan altijd: “Wees blij dat die rol mensen is bijgebleven. Dat ze zich je hierdoor zijn blijven herinneren. Dat is andere bekwame hoorspelacteurs niet overkomen. Behalve Jan van Ees dan…’ Bovendien: ‘Paul Vlaanderen’ was voor haar een zo lang lopende serie – van net na de oorlog tot half jaren ’60 – dat dit begrijpelijk is. Twintig jaar! En dan: tot in onze tijd is haar naam door Ina bekend gebleven!

Redactie:
Jan van Ees en Eva Janssen hebben blijkbaar een diepe indruk op jullie gemaakt. In hoeverre zijn zij voor jullie ook een inspiratiebron geweest?

Els Buitendijk:
Hoewel Eva Janssen veel indruk op mij gemaakt heeft in die tijd(!), is zij voor mij geen inspiratiebron geweest bij het vertolken van ‘mijn Ina’. Ik zeg ook speciaal: in die tijd, want daarvoor is het nu te lang geleden. Het was toen allemaal wat trager en de stijl van spreken wat ‘deftiger’.

Chiel de Kruijf:
Als acteurs hebben ze in die tijd zeker veel indruk gemaakt, maar dat gold eigenlijk voor de meeste leden van de Hoorspelkern. Er was veel talent toen. Voor mijn eigen ‘Paul Vlaanderen’ heb ik me niet laten leiden door de aanpak van Jan van Ees. Geen imitatie dus. Ik heb me verdiept in het karakter: hoe zie ik Paul in zijn voorkomen, handelen en in relatie tot Ina. Bovendien heb ik een ander stemtimbre dan Van Ees. Daarom heb ik geprobeerd een schrijver en amateur-detective neer te zetten zoals ik die zie en voel. Aan Els heb ik hierin veel steun. In mijn ogen is zij een ideale Ina en het samenspel met haar is heel plezierig. We voelen elkaar goed aan.

Redactie:
Chiel, de voorgangster van Eva Janssen als Ina Vlaanderen, Lily Bouwmeester is iemand die u persoonlijk goed gekend hebt. Heeft ze u ooit over haar rol als Ina verteld?

Chiel de Kruijf:
Persoonlijk goed gekend is misschien een beetje veel gezegd, maar ik heb haar wel diverse keren ontmoet. Zij en haar tweede man, Lily-BouwmeesterCor van der Lugt Melsert jr., met wie ze in 1935 trouwde, waren bevriend met mijn ouders. Uiteraard heb ik wel over acteren met haar gesproken, maar Paul Vlaanderen is daarbij nooit ter sprake gekomen. Lily Bouwmeester is overleden in 1993 en voor die tijd wist ik niet dat zij de vooroorlogse Ina was geweest. Dat heb ik pas enkele jaren geleden ontdekt. Zelf heeft ze het nooit ter sprake gebracht. De Paul van toen was trouwens haar achterneef Theo Frenkel jr, tot 1933 haar (eerste) echtgenoot…

Na de dood van haar man Cor, in 1990, heeft ze tot haar dood, in 1993, in Sliedrecht gewoond, niet ver bij mij vandaan. Daar heb ik haar nog enkele keren kort ontmoet. Haar laatste jaren waren eenzaam; mijn ouders behoorden tot de weinigen die haar nog regelmatig bezochten. Lily Bouwmeester was een groot (film)actrice, die ooit zelfs naar Hollywood kon…

Redactie:
U behoort beiden tot de generatie die nog met hoorspelen opgegroeid is. Werd er bij jullie thuis regelmatig naar hoorspelen geluisterd? En is zo (misschien) de interesse en liefde voor het medium bij jullie ontstaan?

Els Buitendijk:
Wij luisterden daar thuis weinig naar. Ik wilde na mijn MMS-opleiding naar de toneelschool, maar mijn ouders vonden dat geen goed plan. Nooit had k aan de mogelijkheid gedacht om hoorspelactrice te worden. Op een dag maakte mijn pianolerares mij attent op een advertentie die in de radiogids stond. Daarin werd vermeld dat de N.R.U. een hoorspelcursus wilde starten. Ik had me daarvoor opgegeven en na vele audities werd ik tot mijn grote vreugde aangenomen. Na een driejarige opleiding was ik toen officieel hoorspelactrice.

 Chiel de Kruijf:
Bij mij thuis werd vaak naar hoorspelen geluisterd. Ik ben er min of meer mee opgegroeid. Zo heb ik ook Paul Vlaanderen leren kennen. Ik herinner me nog, dat ik als knaapje van mijn moeder niet mocht luisteren: te spannend voor mijn jonge oortjes. Ik deed dat stiekem toch en stond dan sidderend van de spanning in mijn pyjamaatje op een steenkoude gang aan de deur te luisteren. Vervolgens deed ik de halve nacht geen oog dicht van de opwinding. Overal zag ik boeven en lijken. Eén keer liep het mis. Terwijl ik weer tegen de deur leunde om maar niets te missen, werd die door mijn moeder plotseling met een ruk open gedaan, waardoor ik languit de kamer binnen zeilde. Betrapt. Mijn moeder zei alleen maar:‘Ik wist het wel…’! Die episode van Paul Vlaanderen heb ik daardoor grotendeels gemist… Gelukkig zijn er nog vele gevolgd waar ik wel naar kon luisteren en waarin ik uiteindelijk zelfs mocht meedoen…

Aan hoorspelacteur worden heb ik eigenlijk nooit gedacht, hoewel ik in mijn middelbare schooljaren wel veel aan amateurtoneel deed. Ik wilde bij de radio, dat was mijn droom. Daarbij dacht ik in eerste instantie aan omroeper worden. Dat vak bestond toen nog. Door het hoorspel en de cursus ben ik bij de radio gekomen, maar één functie heb ik nooit gehad: omroeper.

Op de hoorspelcursus ben ik gekomen dankzij mijn vader, die een advertentie in ons omroepblad zag. Ik heb auditie gedaan, samen met enkele honderden andere kandidaten, en werd uiteindelijk toegelaten met nog vier: Paula Majoor, Trudy Libosan, Hans Karsenbarg en Hans Simonis. Majoor en Simonis werken nog regelmatig mee aan hoorspelen van de Stichting Hoorspel Nú. Na de tweejarige opleiding heb ik nog een aantal jaren in de Hoorspelkern gezeten, maar toen zag je al dat het hoorspel – vooral door de opkomst van de televisie – op zijn retour was. Voor oudere acteurs nog een acceptabel bestaan op weg naar hun pensioen, maar weinig perspectief biedend aan een ambitieuze jongeman als ik. Daarna ben ik andere dingen bij de radio gaan doen, bijvoorbeeld nieuws lezen. Hans Simonis werd omroeper bij de AVRO. Ook hoorspelacteur Donald de Marcas is trouwens later omroeper en nieuwslezer geworden.

Donald de MarcasRedactie:
Donald de Marcas: zeg maar Charlie voor de ingewijden. Hij speelde in 1958 reeds de rol van huisknecht in “Paul Vlaanderen en het Spencer-mysterie”. En nu meer dan een halve eeuw later kruipt hij opnieuw in de huid van Charlie. Ik kan me voorstellen dat het voor hem net als voor jullie een speciale ervaring moet geweest zijn.

Chiel de Kruijf:
Ja, we waren bij de Stichting Hoorspel N
ú buitengewoon gelukkig dat Donald direct ‘ja’ zei, toen we hem vroegen of hij nog eens de huisbediende van Paul en Ina Vlaanderen wilde zijn. Prachtig toch als je na meer dan een halve eeuw de originele Charlie nog kunt laten opdraven? Donald verbindt door deze rol het heden met het verleden.

Redactie:
Wat vindt Paul Vlaanderen eigenlijk van zijn eigenwijze huisknecht?

Chiel de Kruijf:
Ik heb het altijd een leuk kereltje gevonden met zijn ‘okidoki’. Het gaat weliswaar om een kleine rol, maar Charlie was en is een onmisbaar karakter. Dienstbaar, vrolijk en een tikje eigenzinnig gaf (en geeft!) hij wat extra kleur aan het huiselijke leven van Paul en Ina. In de remake van “Paul Vlaanderen en het Z-mysterie” is er speciaal voor hem zelfs tekst bij geschreven, omdat zijn aandeel in het origineel wel erg klein was: enkele woorden. En dat konden we Charlie, Donald én de fans van Paul Vlaanderen niet aandoen…

Redactie:
Ik kom nog even terug op Emile Kellenaers. Het is misschien interessant om op te merken dat hij bij zijn afscheid van de Avro in 1974 voorspelde dat het hoorspel nog hooguit tien jaar zou overleven en dan volledig zou verdwijnen. Eva Janssen daarentegen was er in die tijd van overtuigd dat, ondanks de toenemende populariteit van het medium televisie, het hoorspel nooit helemaal zou verdwijnen. Beiden hebben ze gelijk gekregen. Toen de Avro in 1998 besliste om op te houden met het uitzenden van hoorspelen, leek het einde zo goed als vast te staan. En kijk enkele jaren verder, worden er opeens weer nieuwe hoorspelen gemaakt en oude heropgenomen. Op het internet worden nu honderden spelen gratis beluisterd. Heeft u een verklaring voor deze vernieuwde belangstelling?

Els Buitendijk:
Er is in de geschiedenis altijd een soort golfbeweging, mensen willen zich vernieuwen en dat is ook heel goed. Toen de tv werd ontdekt was dat een enorme ervaring en daardoor raakte de radio en dus de hoorspelen uit de gratie. Nu de tv gewoon is geworden, gaat men weer teruggrijpen naar vroeger en ontdekt men dat het toen allemaal zo slecht nog niet was. Dat zien we bijvoorbeeld ook in de mode.

Redactie:
Wat is uw mening hierover Chiel?

Chiel de Kruijf:
De belangstelling voor het hoorspel is inderdaad nooit helemaal weggeweest. Denk alleen maar aan al die mensen met een leesbeperking, van welke aard dan ook.  Maar een hernieuwde interesse kun je ook constateren bij mensen die geen visuele handicap hebben. Het is best mogelijk dat ze langzamerhand een beetje kijkmoe worden en ontdekken hoe ontspannend en plezierig luisteren kan zijn. Je kunt er ook iets naast doen: handwerken, breien, noem maar op. Of wordt dat niet meer gedaan?

Luisterboeken zijn in opmars en als vervolg hierop komt er wellicht ook weer meer belangstelling voor het hoorspel. In de beginjaren van de radio, in de jaren twintig van de vorige eeuw, werden door acteurs voor de microfoon voordrachten gehouden. Al snel werd die ene stem wat saai gevonden. Dialogen, geluiden, muziek zouden het toch veel afwisselender, boeiender maken? Toen begon de zegetocht van het hoorspel, al is de voordracht aanvankelijk wel gebleven. Waarom zou eenzelfde ontwikkeling niet opnieuw plaats kunnen vinden? Al is het op kleiner schaal dan toen?

Ik neem wel aan, dat het hoorspel nooit meer net zo populair wordt als in de tijd dat de radio het enige medium was. Maar dat we aan een soort ‘wedergeboorte’ bezig zijn, geloof ik wel. Wie weet wat er nog te gebeuren staat? Een hele generatie werd gegrepen door een nieuw fenomeen: beeld, in welke toepassing dan ook. Als die het pure geluid weer gaat waarderen, kunnen er – dus ook voor het hoorspel – weer mooie tijden aanbreken…

Redactie:
Met name Paul Vlaanderen is terug en blijkt nog steeds populair te zijn. In 2009 werkten u beiden mee aan een zesdelige serie “Paul Vlaanderen en het Z-mysterie” en in 2010 aan een nieuw geschreven verhaal van Hans Simonis met Paul en Ina aan de zijde van Inspecteur Versteeg. Onlangs nog werden drie oudere Vlaanderens opnieuw op cd uitgebracht (“Margo”, “Milbourne”en “Alex”) en er zijn geruchten over nog andere nieuwe projecten. Waarin schuilt volgens u de bijzondere aantrekkingskracht die van Paul Vlaanderen uitgaat?

Els Buitendijk:
Paul Vlaanderen was in die tijd heel spannend en bovendien goed gemaakt. Dat is de oudere luisteraar bijgebleven. Nu is de tijd weer rijp voor die sterke hoorspelen van vroeger. Ik ben blij dat ik dat mag meemaken, anders zou ik nooit de kans hebben gekregen om Ina te mogen spelen.

Chiel de Kruijf:
Als je het woord hoorspel noemt, krijg je steevast als antwoord: Oh, Paul Vlaanderen. Men kent het van de ouders, de grootouders, van horen zeggen. Daarom ben ik blij met Paul. Hij brengt mensen weer aan het hoorspel. Met opzet hebben wij met de Stichting Hoorspel Nú enkele nieuwe versies gemaakt van hoorspelen van Paul Vlaanderen die niet bewaard zijn gebleven. Ik krijg nog steeds mails met de vraag: ‘Kunnen jullie ze niet allemaal opnieuw uitbrengen?’ Dat is praktisch en financieel helaas onmogelijk, maar een zeer spannende ‘Vlaanderen’ uit 1947 willen we nog wel gaan maken. Ik deel niet de mening van sommigen, die braakneigingen krijgen bij de woorden ‘Paul Vlaanderen’. Als met hem het hoorspel weer een flinke zet in de rug krijgt, is dat toch prachtig? Gelukkig stelde Els zich ook niet elitair op en zei ze spontaan ‘ja’ toen haar gevraagd werd of ze Ina wilde spelen. Bovendien: als je oude afleveringen terughoort, kun je alleen maar bewondering hebben voor het vakmanschap van de mensen die er toen bij betrokken waren. Jammer dat de ‘Vlaanderens’ niet allemaal bewaard zijn gebleven! Er loopt nu trouwens in Nederland ook een theatervoorstelling en een radioserie in vele afleveringen rond het karakter ‘Paul Vlaanderen’. Wie wil er nog beweren dat het hoorspel en Paul Vlaanderen dood zijn?

Redactie:
“Het Margo-mysterie” uit 1962, is een goed voorbeeld van een haast perfecte realisatie, niet alleen wat betreft vertolking maar ook op het vlak van regie, geluidstechniek, opbouw en timing. Er werd in die dagen bijzonder hard en met veel vakmanschap aan gewerkt, en men kon vooral terugvallen op vele jaren van stelselmatig opgebouwde ervaring. Rekening houdend met de middelen en de kennis van vandaag: kunnen wij datzelfde niveau nog ooit terug evenaren, denkt u?

Els Buitendijk:
In deze tijd kan er zeker opnieuw een goede Paul Vlaanderen gemaakt worden: de technische mogelijkheden
zijn er alleen maar beter op geworden. Ik heb het bewust over de techniek; de prachtige stemmen van b.v. Huib Orizand, Jan van Ees, Wam Heskes, Jan Borkus en zo veel anderen bestaan niet meer en komen ook niet meer terug.

 

Chiel de Kruijf:
Ik ben het met Els volkomen eens: het niveau van vroeger kunnen we zonder meer opnieuw bereiken want de technische mogelijkheden in de studio zijn inderdaad groter geworden. Wat vaak ontbreekt, is ervaring en die krijg je alleen door het veel te doen. Ik merk dat al aan toneelspelers die regelmatig aan onze hoorspelen meewerken. Die gaan met sprongen vooruit. Uit gesprekken met toneelspelers van nu heb ik begrepen dat ze het ontzettend jammer vinden dat er niet meer zoveel hoorspelen worden gemaakt als vroeger, in de gloriejaren. Je kon ervaring opdoen en ontdekken of je ook over dat speciale talent beschikte. We worden trouwens bij de Stichting Hoorspel Nú steeds meer benaderd door toneelacteurs met de vraag of ze ook eens mee mogen doen. En sommigen blijken er inderdaad talent voor te hebben. Mooi toch? Ik werk wel graag met voormalige hoorspelacteurs. Zij hebben maar een half woord nodig en eigenlijk is het altijd goed wat ze doen. Helaas leven de meesten niet meer. Dat realiseer ik me eens te meer als ik de namen hoor die Els noemt. En er waren er nog heel wat meer: Paul van der Lek, Frans Somers, Fé Sciarone, Dogi Rugani, Bert Dijkstra, Paul Deen! Ach, nostalgie.

Redactie:
Hoe moeilijk is het om nieuwe hoorspelspelers te vinden?

Els Buitendijk:
Tegenwoordig neemt men voor een hoorspel
bekende acteurs van het toneel en dan is het vaak pijnlijk duidelijk dat het twee totaal verschillende kunstvormen zijn.

Chiel de Kruijf:
Klopt, niet elke goede toneelspeler is daardoor ook een goede hoorspelacteur. Tegenwoordig worden vaak soapacteurs uitgenodigd voor een hoorspel. Die zijn populair, dus genereert dit extra belangstelling en aandacht in de pers. De resultaten zijn niet zelden bedroevend, ook al door het soort Nederlands dat ze vaak spreken. Een enkele goede niet te na gesproken. Ik heb in mijn hoorspeltijd grote namen af zien gaan. Wat ik vaak doe als ik een toneelstuk zie of een tv-spel bekijk, is even mijn ogen sluiten. Hoe komt een stem dan op mij over? Natuurlijk is dat niet helemaal billijk, want daardoor mis ik het non-verbale element. Maar toch geeft het vaak al wel een indicatie. Het blijft jammer dat de specifieke hoorspelacteur niet meer bestaat. Opleidingen zijn er niet. Je zult moeten putten uit het arsenaal van toneelspelers. En, daar zit gelukkig veel (hoorspel)talent onder. Maar hoe ontwikkel je dat? Mijn eigen dochter, Marieke, heeft aan de Toneelschool in Maastricht haar opleiding genoten. Aan het hoorspel werd weinig of niets gedaan. Ook al omdat de docenten er onvoldoende of geen affiniteit mee hadden. Via een respectabel aantal gevarieerde rollen die ze intussen voor Hoorspel Nú speelde, heeft ze haar talent ervoor ontdekt en kunnen ontwikkelen. En zo zijn er meer die door ons de broodnodige ervaring hebben opgedaan. Er moeten dus meer hoorspelen gemaakt worden…

Els heeft gelijk: het is een aparte kunstvorm. Je stem is het enige instrument. Daarmee moet je alles doen. Je kunt er lekker uitzien, je dienovereenkomstig bewegen en over een fantastische mimiek beschikken – in een hoorspel heb je er niets aan.

Redactie:
Nochtans is het leuk om jullie bezig te zien tijdens zo’n opname: één en al mimiek en gebaren makend naar mekaar toe. Het is niet zo dat iedereen heel de tijd met het hoofd over zijn tekst gebogen staat.

Chiel de Kruijf:
Je kunt onmogelijk met een onbewogen, uitgestreken gezicht een droevige of komische tekst zeggen. Er is altijd sprake van enige mimiek, een klein gebaar.
Als je glimlacht hoor je dat echt wel in de stem terug. Alles wel met mate, want het is niet bedoeling dat je voortdurend tegen de microfoon stoot of je er teveel vanaf wendt. Een ervaren hoorspelacteur leest zijn tekst vooruit, waardoor hij, waar nodig, naar zijn tegenspeler kan kijken. Zeker als die tegen hem praat. Je merkt wel, dat toneelacteurs over het algemeen wat meer mimiek vertonen dan hoorspelacteurs, want die zijn in eerste instantie gericht op de stem, hun enige instrument waar ze alles mee moeten doen.

Redactie:
Een zeer belangrijk element in de Vlaanderenhoorspelen is de interactie tussen Paul en Ina. De vlotte, natuurlijke, maar soms ook geladen en mysterieuze dialogen tussen hen beiden bepalen voor een belangrijk stuk de mate van betrokkenheid bij de luisteraars. Was het wat dat betreft, anders om met Jan Jaap Janssen te werken dan met Chiel de Kruijf?

Els Buitendijk:
Het verschil voor mij om te spelen met J.J.Jansen of met Chiel? De eerste is een toneelacteur en de tweede een hoorspelacteur. Jan-Jaap had zeer veel moeite om de rol op een natuurlijke manier te spelen, terwijl het bij Chiel vanzelf lijkt te gaan. Daarom is het voor mij prettiger om Ina met Chiel te spelen. Wij beiden weten dat wij alleen onze stem hebben om onze emoties uit te beelden en wij kunnen ons goed inleven in de verschillende situaties.

Redactie:
Chiel, ik kan mij voorstellen dat het voor u een dankbare ervaring moet zijn om met een actrice ‘pur sang’ als Els Buitendijk te mogen samenspelen?

Chiel de Kruijf:
Mij past nu een bescheiden zwijgen na al die mooie woorden aan mijn adres… Hoe zou ik Els tegen kunnen spreken? Het gevoel is wederzijds. Ik voel dat net zo. Je proeft bij haar nog steeds de pure klasse van de echte hoorspelactrice. Dat maakt het voor mij ook een stuk makkelijker om een geloofwaardige Paul te spelen.

Redactie:
Jullie hebben in het verleden nooit eerder samengewerkt. Was het lang zoeken om elkaar als Paul en Ina goed aan te voelen?

Chiel de Kruijf:
Nee hoor, het klikte meteen. We voelden direct precies aan wat het in onze ogen moest zijn. Uiteraard kwamen we elkaar in het verleden bij een hoorspel wel eens tegen, maar een samenwerking als Paul en Ina is voor ons beiden nieuw. Ach, een mens is blijkbaar nooit te oud om dat voorrecht nog eens te hebben….

Redactie:
Els, u hebt in uw loopbaan vele mooie dramatische rollen gespeeld, ik denk maar aan “De Vrouw in het Wit” en “De Maansteen”. Ina is een zeer positief en herkenbaar personage: intelligent, vrouwelijk, charmant, nieuwsgierig, actief, op haar hoede, een beetje eigenzinnig en met een zwak voor de goede dingen van het leven. Is zo’n rol moeilijker of gemakkelijker om te spelen dan die meer dramatisch georiënteerde rollen?

Els Buitendijk:
Een z.g. dramatische rol is niet moeilijker of makkelijker dan b.v. een rol als Ina. Het enige dat telt is dat je kruipt in de huid van degene die je moet spelen en als dat lukt (vaak na lang zoeken), dan komt de rest 'vanzelf'.

Redactie:
Hoe doe je dat eigenlijk “in de huid kruipen van degene die je moet spelen”?

Els Buitendijk:
Ja, daar heb je natuurlijk een zeker talent voor nodig, maar ook intuïtie, het juist aanvoelen van een karakter en een situatie om daarna te laten horen wat er als acteur op dat moment door je heengaat. In ons vak hebben we daarvoor alleen onze stem, voor een toneelacteur is dat uiteraard anders.

Redactie:
Typisch voor “Paul Vlaanderen” zijn de spannende actiescènes. Achtergrondgeluiden vormen hierbij een belangrijk onderdeel. Als ik goed geïnformeerd ben, worden die nu achteraf toegevoegd, terwijl ze vroeger gelijktijdig met het inspreken werden opgenomen. Maakt dat voor een acteur veel verschil uit?

Chiel de Kruijf:
Nee, voor mij niet. Voor anderen misschien wel, maar dat weet ik niet. Je leeft je in het karakter en de situatie in. Al spelend moet je bij voortduring weten: wie ben ik, in welke situatie en tegenover wie sta ik in de scène. Als dat klopt, gaat het eigenlijk vanzelf. Daar heb ik dat geluid niet voor nodig. Dat denk ik er bij. Hoewel het me ook niet stoort als het er wel is.

Redactie:
In “Het Z-mysterie” neemt Paul Ina op een gegeven moment mee naar een plaats waar je op voorhand van weet dat het er levensbedreigend zal zijn. Ina ontsnapt er dan ook ternauwernood aan de dood. Als je je tijdens de opnames dan in de rol van Ina bevindt, zoals je daarnet zelf aangeeft, heb je op zulke momenten dan soms niet een gevoel van: "Paul Vlaanderen, dit ga je me toch niet aandoen?".

Els Buitendijk:
Neen, eigenlijk niet. Als actrice speel je je rol zoals die in het script staat. Je hebt zelf geen invloed op de situaties waarin je terecht komt.

Redactie:
Voel jij dat ook zo aan, Chiel?

Chiel de Kruijf:
Ja, daar ben ik het wel mee eens, maar ook weer niet. Dat script vergeet ik vaak een beetje, hoe vreemd dat misschien ook klinkt. Ik denk dus wel eens: ‘Wat flik je me verdorie nou?’ In mijn rol dan.

Redactie:
Els, kan je ons iets vertellen over wat er allemaal gebeurt tussen de eerste maal dat je het script leest en de uiteindelijke opname in de studio? Zeg maar: de voorbereiding.

Els Buitendijk:
De eerste maal dat je het script thuis in handen hebt is heel spannend. Het lezen van je rol daarna, nog spannender. Heb je affiniteit me je rol of juist niet? In het gunstigste geval ‘klikt’ het meteen bij lezing en voel je hoe je het karakter wilt gaan uitbeelden. Mocht dit niet zo zijn, dan kun je er met je regisseur over praten en dan kom je er echt samen wel uit.

Redactie:
Chiel, in 2004 heb je samen met je echtgenote Audrey van der Jagt de Stichting Hoorspel Nú opgericht. Naast een heleboel andere zaken, zoals zorgen voor de financiering, zijn jullie ook bezig met het zoeken naar en selecteren van hoorspelen. Waar houden jullie zoal rekening mee bij het beoordelen van hoorspelscripts?

Chiel de Kruijf:
Toen wij met de Stichting Hoorspel Nú begonnen, hebben we eerst geïnformeerd waar bij onze doelgroep – mensen met een leesbeperking – de meeste behoefte aan bestond. Dat bleken spannende, verstrooiende hoorspelen te zijn en hoorspelen voor InspecteurVertsteegkinderen. Vandaar dat we bijvoorbeeld een nieuwe versie hebben gemaakt van hoorspelletjes met de avonturen van Saskia en Jeroen. Ook Wolf de speurhond, Paul Vlaanderen en Inspecteur Versteeg passen daarin. Leuk is, dat een blinde jongen mij wees op de boeken van Jan Postma met Wolf in de hoofdrol. Hij was apentrots toen ik hem liet weten dat wij op zijn suggestie zouden ingaan. Er tussendoor maken we ook wel hoorspelen voor ‘minderheden’, zoals ‘De Klucht van de Molenaar’ van Bredero in de zeventiende-eeuwse taal en ‘Belle van Zuylen’, over een bijzondere vrouw uit de achttiende eeuw, die correspondeerde met de grote geesten van haar tijd. We maken de hoorspelen vrij traditioneel, eigenlijk op de manier zoals die ook vroeger gehanteerd werd, maar wel met de technische mogelijkheden van nu en minder traag. Gedegen ‘handwerk’ dus. Geen zweverig gedoe, maar rechttoe rechtaan. Dat wordt gewaardeerd. Daardoor is er op de markt ook plaats voor anderen, die meer literair te werk gaan. Niks mis mee en ook heel waardevol. Er worden weer mooie hoorspelen gemaakt.

Ik kijk bij het beoordelen van scripts naar een boeiende handeling, interessante karakters en situaties en naar de dialogen. ‘Bekken’ ze, passen ze in deze tijd, zonder ‘modisch’ te zijn. Gevloek en vuile taal komen er bij ons niet in. Iedereen moet kunnen luisteren. Daarmee hoeft het hoorspel trouwens niet braaf of saai te zijn.…

Redactie:
Met, en ik noem ze even op: “Mijnheer en Mevrouw Vlaanderen”, “Paul Vlaanderen Incognito”, “Paul Vlaanderen en de Westfieldjuwelen”, “Paul Vlaanderen en het Z-Mysterie” en het recente “Inspecteur Versteeg en zijn Britse gasten” heeft de Stichting Hoorspel Nú inmiddels vijf Paul Vlaanderenhoorspelen gerealiseerd. Zoals ik in mijn inleiding reeds zei, denken jullie aan een nieuw Paul Vlaanderenproject. Kan je ons daar al iets over vertellen?

Het Gregory mysterieChiel de Kruijf:
Ik heb thuis enkele scripts van Francis Durbridge liggen, waarvan de opnames verloren zijn gegaan. Een ervan – ‘Paul Vlaanderen en het Gregory-mysterie’ uit 1947 – is zeer geschikt om opnieuw uit te brengen. Ongelooflijk spannend. In de eerste aflevering al worden Paul en Ina van een brug gereden en komen in een koude, snelstromende rivier terecht. Het lukt ze maar net de oever te bereiken…En zo gaat het maar door, tien afleveringen lang, met fantastische ‘cliffhangers’, het handelsmerk van Durbridge. Het zijn dus tien episoden en daar zijn vele studio-uren en meerdere cd’s voor nodig. Een kostbare zaak voor een stichting die van donaties moet leven, zoals de onze.

Redactie:
Het enthousiasme waarmee je over “Gregory” spreekt, doet mij alvast watertanden. Tien afleveringen, ongemeen spannend en daarenboven een, in Nederland zowel als Engeland niet bewaard gebleven opname. Dat wordt voor alle Paul Vlaanderenfans iets om met ongeduld naar uit te kijken. Heb je al enig idee wanneer aan de realisatie zou kunnen begonnen worden?

Chiel de Kruijf:
Eigenlijk zou dat al op korte termijn kunnen. De tekst is er immers. Op het ogenblik ondergaat het script een eerste bewerking tijdens het overbrengen in de pc. Nogmaals: de grootste hinderpaal vormen de kosten. Als de begroting rond komt, hopen we eind 2011, begin 2012 ‘Paul Vlaanderen en het Gregory-mysterie’ uit te brengen. Het zal trouwens, zo realiseer ik me, ook een helse klus worden voor de geluidstechnicus met wie wij altijd werken, Frans de Rond. Er zijn diverse technische hoogstandjes voor nodig. Voor mijzelf is het grote genieten al begonnen.  Alleen al het lezen van het script bezorgt me kippenvel. Ik wil niemand jaloers maken, hoor…

Redactie:
De tekst dateert van 1947, zeg je. Gaan jullie die originele versie ongewijzigd spelen? Of bewerk je de tekst enigszins, zodat hij wat eigentijdser gaat klinken?

Chiel de Kruijf
Enigszins gedateerd is de tekst wel, maar eigenlijk valt het best mee. Het heeft mij verbaasd hoe goed het script uit 1947 nog is, zoveel jaren later. De wijzigingen zullen beperkt zijn. In de originele versie begint elke aflevering met het slot van de voorgaande. Er zat immers een week tussen. Wij laten dat vervallen. Jammer voor wie onze cd’s per episode beluistert. Maar ja, wij maken geen seriehoorspel voor de radio. Je hoeft bij ons geen week te wachten op de volgende aflevering.…

Redactie:
Zou u in het echte leven graag Ina Vlaanderen geweest zijn? Reizen, lekker tafelen, mooie kleren, maar ook de confrontatie met schurken en moordenaars, met mensen die zich anders voordoen dan ze in werkelijkheid zijn. En dat alles aan de zijde van een echtgenoot die de gang van zaken bepaalt en je regelmatig meesleurt in levensgevaarlijke situaties?

Els Buitendijk:
Ik zou in het echte leven nooit Ina willen zijn. Ina is een heel erg meegaande, dociele vrouw. In deze tijd vinden we haar wel wat ouderwets en té lief.

Redactie:
En u als Paul Vlaanderen? Zou het u iets zeggen?

Chiel de Kruijf:
Els, wat jammer nou toch. Doe niet zo ongezellig.  Mij lijkt het wel wat: Engeland, beroemd, bemiddeld, schrijver, amateur-detective, een interessant en spannend leven, een huisknecht als Charlie, een leuke vrouw. Ja, het idee wordt steeds aantrekkelijker…

Redactie:
Els Buitendijk, Chiel de Kruijf, hartelijk bedankt voor dit interview. Ik wens jullie veel succes met de realisatie van “Paul Vlaanderen en het Gregory Mysterie” alsook met de andere projecten die jullie op stapel hebben staan en vermeld nog even dat de Stichting Hoorspel Nú iedere financiële steun met veel dank aanvaard. Voor meer informatie kan u terecht op de website: www. hoorspelnu.nl, of door gewoon een mailtje te sturen naar:

  • Tags: Chiel de Kruijf, Els Buitendijk, interview

Categories: Blog, Nieuws