22
februari
2011

Paul Vlaanderen in Antwerpen

Een impressieverslag van “Paul Vlaanderen en het mysterie van de verzonnen dood”,
door Raymond Van Haelst


Antwerpen, 17 februari 2011: een rustige koude heldere winteravond. Ik kan mij bezwaarlijk een wintermens noemen en nog minder een avondmens, maar naar deze avond kijk ik al een hele tijd uit. Toen ik vorig jaar in september een kaartje kocht voor de voorstelling van “Paul Vlaanderen en het mysterie van de verzonnen dood”, was de kassa nog maar net open gegaan en bleek ik de allereerste klant te zijn.
“Kiest u maar waar u zitten wilt”, zei de receptioniste en schoof mij de nog volledig lege plattegrond van de theaterzaal onder de neus. Het spreekt vanzelf dat ik niet aan de verleiding kon weerstaan om de meest centrale plaats op de eerste rij voor mij te verzekeren.

Terwijl ik mij door de schaars verlichte straten van Antwerpen naar theater “Het Klokhuis” begeef, loop ik bij mijzelf wat te mijmeren over de voorstelling die komen gaat. Wordt het een verhaal in de typische stijl van Francis Durbridge waarin niets is wat het lijkt en het mysterie almaar toeneemt naargelang het verhaal zijn ontknoping nadert? Of gaat de auteur een heel eigen richting uit en verrast hij ons met een totaal nieuw concept? De titel laat in ieder geval het beste verhopen: mysterieus, spannend en moorddadig. Waarop kan een Paul Vlaanderen-fan als ik nog meer hopen?

Theater Klokhuis te AntwerpenTheater “Het Klokhuis” werd in de jaren zeventig opgericht door één der beste actrices uit de Vlaamse toneelgeschiedenis: Ivonne Lex. Ontelbare malen heb ik haar hier zien schitteren in prachtige stukken als “Wijlen Sarah Bernhardt” en “Antigone”. Gevolg gevend aan haar vooruitstrevende en vernieuwende visie, stelde zij haar theater ook graag open voor kleinere experimentele buitenlandse producties. Vijftien jaar na haar dood wordt deze strategie nog altijd in ere gehouden. Zo kan “Het Thriller Theater” hier vanavond te gast zijn met “PaulVlaanderen en het mysterie van de verzonnen dood”.

Tussen 1950 en 1960 was “Paul Vlaanderen” ook in Vlaanderen populair. Net als in Nederland werd er wekelijks met spanning naar de stemmen van Jan van Ees en Eva Janssen geluisterd. Dat leidde er zelfs toe dat de Belgische Nederlandstalige Omroep (BRT) met succes een eigen serie startte die gebaseerd was op “Paul Vlaanderen”. Daarin kreeg de hoofdfiguur de naam “Nick Holland”, een knipoog naar de Nederlandse makers van “Paul Vlaanderen”. Het is allemaal lang geleden en ik vraag me af of er vanavond mensen aanwezig zullen zijn die deze “gouden radiojaren” nog meegemaakt hebben.
Ook al ben ik een half uur te vroeg, ik stap resoluut het gebouw binnen en begeef me naar de bar. Op de toog staat een aankondiging dat het na de voorstelling mogelijk zal zijn om 3 van de oude bewaard gebleven Paul Vlaanderen-hoorspelen aan te kopen. Terwijl ik een kopje koffie bestel, informeer ik naar het aantal toeschouwers dat verwacht wordt.
“Er zijn net voldoende reservaties om de voorstelling te kunnen laten doorgaan, maar een vol huis verwachten we zeker niet, als u dat bedoelt”, is het antwoord. De voorstelling gaat dus in ieder geval door. Het tegendeel zou mij zwaar ontgoocheld hebben, maar dat zeg niet tegen de dame in kwestie. In afwachting van de koffie kijk ik even rond naar de andere aanwezigen die her en der verspreid aan tafeltjes hebben plaats genomen. Ik ben nooit sterk geweest in het raden van leeftijden. Onafgezien van een ouder koppel, dat ik ruim boven de zestig schat, denk ik dat iedereen ergens tussen 40 en 60 jaar oud moet zijn. Tegenover mij zitten twee heren in stilte te praten met elkaar. Ze hebben er duidelijk zin in, dat zie je zo. Hoorspelliefhebbers? Ik vermoed het, ook al weet ik niet waarom ik dat denk. Drie nieuwe mensen komen binnen gewandeld. Een jonger koppel in gezelschap van hun moeder. Nederlanders zo wordt snel duidelijk. De jongedame merkt onmiddellijk het bordje op met de aankondiging van de 3 hoorspelen die later op de avond te koop zullen worden aangeboden.
“Dat zijn waarschijnlijk die oude spelen van vroeger?”, hoor ik haar zeggen.
“Zouden die het beluisteren nog waard zijn?”, reageert haar partner.
Ik vind dat ik nu toch even moet tussen komen.
“Het zijn drie hoorspelen uit de jaren zestig, mevrouw. En ze zijn zeer goed. Ik kan het u verzekeren.”
“Met Jan van Ees?”, mengt nu ook de moeder zich in het gesprek.
“Twee ervan, de derde met Johan Schmitz in de rol van Vlaanderen.”
“Jaja, ik herinner mij die uitzendingen nog. O, wat waren dat mooie tijden!”.
Ik knik begrijpend en laat hen verder rustig hun bestelling doen.

Even later zitten we allen in de zaal. Ik tel zo’n dertig mensen. Van een aanzienlijke opkomst kan ik niet getuigen. Naast mij zit een vriendelijk lachende dame met wie ik spontaan aan de babbel raak. In haar kindertijd luisterde ze op zondagavond altijd naar “Paul Vlaanderen”. Toen ze enkele maanden geleden de affiche van deze voorstelling zag, aarzelde ze niet en bestelde meteen haar ticket. Net als ik is ook zij heel benieuwd. Op de scène verschijnen de eerste spelers. We bevinden ons zestig – zeventig jaar terug in de tijd toen hoorspelen nog live op de radio werden uitgezonden. Er is druk over en weer geloop in de opgebouwde radiostudio. De laatste attributen worden naar de juiste plaats gebracht, de regisseur roept: “Nog twee minuten!”, de acteurs nemen nog een slok water en bekijken het script dat op een staander voor hen ligt, de microfoons worden een laatste maal getest en dan komt de vertrouwde aankondiging: “Dit is de AVRO op Hilversum 1 …. Paul Vlaanderen en het mysterie van de verzonnen dood, een nieuw detectivehoorspel in 3 episoden van…..” gevolgd door die grandioze tune van Koos van de Griend. Bij het publiek is de spanning nu voelbaar. Het spel kan beginnen.

Getik op een typemachine. Paul Vlaanderen werkt aan zijn nieuwste misdaadroman. Een compleet verzonnen verhaal met fictieve personages. Ina is nieuwsgierig en Paul vertelt dat het over een seriemoordenaar gaat die het ene na het andere slachtoffer maakt. De politie tast in het duister. Al snel blijkt dat de werkelijkheid nog veel erger is dan Paul’s verhaal als duidelijk wordt dat de personages uit zijn boek ook echt bestaan en één voor één vermoord worden. Paul gaat in paniek op onderzoek maar raak zelf meer en meer in de problemen. Zijn huwelijk met Ina gaat gebukt onder wantrouwen, zijn grote vriend bij Scotland Yard, Sir Graham Forbes, beschouwt hem als verdachte nummer één en zelfs Charlie weigert zijn werkgever nog langer te gehoorzamen. Ingrediënten genoeg dus voor een raadselachtige en spannende avond.
De drie spelers Sander de Heer, Hymke de Vries en Lex Passchier nemen tezamen 17 verschillende rollen voor hun rekening. Uiteenlopende types zoals een loslippige dienstmeid, een autoritaire uitgever, een stoere crimineel, een dame van lichte zeden en een schrijfster met sterallures passeren de revue. Ze krijgen allemaal een apart en herkenbaar stemtimbre mee. Passchier speelt zeven of acht rollen en zorgt, soms gelijktijdig(!), voor bijna alle geluidseffecten. Hij doet dat met brio en de acrobatische toeren die hij daarvoor moet uithalen vormen een spektakel op zichzelf, tot groot vermaak van het publiek. De makers van deze productie hebben de gelukkige gedachte gehad om Donald de Marcas voor de rol van Charlie te vragen. De Marcas is wel niet aanwezig op het podium maar heeft zijn tekst ingesproken op band. Passchier moet dan ook regelmatig naar de ouderwetse bandrecorder hollen om die precies op tijd aan te zetten telkens Charlie zijn opwachting in het verhaal maakt. Timing is trouwens het sleutelwoord van deze voorstelling. Het is onwaarschijnlijk hoe de drie spelers en de technici achter de schermen soms tot op een fractie van een seconde op mekaar weten in te spelen. Ik doe een paar keren de test door de ogen te sluiten en alleen mijn gehoor te gebruiken. Het resultaat lijkt verbazingwekkend goed op een hoorspel en ik kan enkel concluderen dat er zeer hard aan deze productie gewerkt is.

Het verhaal is in typische Francis Durbridge-stijl van vroeger geschreven en zit vol verrassende wendingen. Ook de “Cliffhangers” ontbreken niet. Auteur Dick van den Heuvel heeft zelfs enkele namen van personages overgenomen uit de werken van Durbridge: zo komen Margeret Milbourne, Dolly Brazer en Carrington regelrecht uit “Paul Vlaanderen en het Milbourne-mysterie”. Zelfs van de oude nederlandse vertalingen van Johan Bennink maakt hij gebruik om leuke uitspraken als “Sapristi”, “Ina kindje” en “Okidoki” in zijn stuk in te passen. Wat ik wel mis zijn de spannende geheimzinnige speurtochtjes van Paul en Ina: een piepende deur, een krakende trap, een holklinkend kamer in een verlaten woning, voorbodes van een naderend onheil. Ook de relatie tussen Paul en Ina zoals van den Heuvel die schetst, kan ik moeilijk associëren met Francis Durbridge. Voor Durbridge waren Paul en Ina “onlosmakelijk” met elkaar verbonden. Een uitdrukking die trouwens ook door van den Heuvel gebruikt wordt, maar hij laat zijn personages er niet naar handelen. Althans niet volgens mijn visie. Dick van den Heuvel voorziet geen cocktailparty op het einde (iets waar Durbridge veelvuldig gebruik van maakte) maar bedenkt wel een andere originele gelegenheid waar alle hoofdrolspelers en verdachten tezamen worden gebracht en het doek over de misdaadzaak kan vallen.
Als de slottune uitgespeeld is en de spelers met een verdiend applaus van het toneel verdwenen zijn, draai ik mij naar de dame die heel de tijd roerloos naast mij heeft gezeten.
“Hoe vond u het?”, vraag ik nieuwsgierig naar haar reactie.
“Goed. Heel leuk om naar te kijken.”
“Herkende u nog één en ander van vroeger?”
“Wel, eigenlijk niet. ’t Is ook alweer een hele tijd geleden hé.”
Dat antwoord verbaast me een beetje, want ik vond er nou net veel typische Paul Vlaanderen-elementen in terug. Maar ja, ik heb recentelijk nog enkele oude hoorspelen terug beluisterd. Zoiets frist het geheugen natuurlijk op.
“Dat ze Donald de Marcas er weer bijgehaald hebben, dat vind ik een geweldig idee van ze.”
“Ha, die herinnert u zich dan toch nog”, stel ik enthousiast vast.
“Ja natuurlijk dat ik mij die nog herinner. Hij speelde het ook op zo’n aparte manier.”
“Weet ge, dat hij de voorbije jaren al minstens drie keren terug de rol van Charlie gespeeld heeft?”
“Wat je nu zegt, en zijn stem klinkt nog altijd even jong, vindt u ook niet?”
“Inderdaad, speels en uitdagend alsof de tijd stilgestaan heeft.”
We lachen er allebei hartelijk om.

In de bar laat ik mij een glaasje jenever voorzetten. Er staat een man van middelbare leeftijd vlakbij. Benieuwd naar zijn ervaring.
“Ik vond ze geweldig spelen”, is hij mijn vraag die ik hem wilde stellen voor, “geen minuut verveling. En ze hadden ook zin voor humor, zoals ze mekaar voor de voeten liepen en bestookten met reacties die er schijnbaar niet bij hoorden.”
“Bent u een hoorspelliefhebber?”
“Neen, toch niet. Ik vond trouwens dat je dit stuk niet als een hoorspel kon beleven. Je ziet het allemaal teveel gebeuren.”
Daar geef ik hem volmondig gelijk in. Alles is immers wat het lijkt. Een naaimachine mag dan misschien wel als een auto klinken, het blijft voor de toeschouwer gewoon een naaimachine. Een bak met water wordt nooit een kade aan de haven, hoezeer je ook het water laat klutsen. Je fantasie die rijkelijk zijn gang kan gaan bij een “echt” hoorspel, wordt hier uitgeschakeld door wat je ogen zien. En misschien is dat wel de reden waarom niemand hier interesse schijnt te hebben om zijn “oude Vlaanderen” aan te kopen. Je hebt een amusant toneelstuk meegemaakt en je hebt gezien dat het allemaal schijn is. Het is precies dat wat je weerhoudt om jezelf in dit verhaal te verliezen. Hoezeer ik ook van deze avond genoten heb, geef mij toch maar de magie van een verduisterde huiskamer en een spannend goed gemaakt hoorspel. Daar kan echt niets tegenop!

  • Tags: Thriller Theater, Toneel, verzonnen dood

Categories: Blog, Nieuws